Voordruk van een membraan-drukvat correct instellen
Een membraan-drukvat (ook wel expansievat of buffervat genoemd) zorgt ervoor dat een pomp niet voortdurend hoeft aan en uit te schakelen en dat de druk in de installatie stabiel blijft. De sleutel tot een goede werking is de voordruk (Duits: Vordruck of Vorspanndruck): de luchtdruk die in het vat aanwezig is aan de luchtzijde van het membraan, wanneer er nog geen water in het vat staat. Staat die voordruk verkeerd afgesteld, dan schakelt de pomp te vaak, is het bruikbare watervolume te klein of slijt het membraan sneller. In dit artikel leest u hoe u de voordruk correct berekent, welke waarden u opzoekt en hoe u de druk zelf bijstelt.
Wat is de voordruk en waarom is hij belangrijk?
Elk membraan-drukvat verlaat de fabriek met een vaste fabrieksvoordruk (“Werkseitiger Behältervordruk”). Bij vaten uit de hoofdfabriek is dat doorgaans 1,9 bar. Vaten die vanuit de Verenigde Staten worden verzonden komen aan met 1,4 bar, omdat de druk daar om transportredenen lager wordt ingesteld. Deze fabriekswaarde is uitsluitend een startpunt. Voor een correcte werking moet de voordruk altijd worden afgestemd op de werkelijke pompinstallatie, dus op de in- en uitschakeldruk van uw pomp.
De vuistregel is eenvoudig: de voordruk ligt net onder de inschakeldruk (of wordt afgeleid van de uitschakeldruk), zodat het membraan bij de laagste systeemdruk bijna volledig ontspannen is en zoveel mogelijk water kan opnemen.
Welke waarden zoek je op in de handleiding of het datasheet?
Voordat u iets bijstelt, controleert u de gegevens van het specifieke artikel. Verschillende series en artikelen hebben verschillende drukwaarden. Doorloop deze stappen:
- Stap 1 – Max. bedrijfsdruk (“Max. Betriebsdruck”): dit is de drukklasse van het vat, bijvoorbeeld 10, 16 of 25 bar. Dit is de maximale druk die het vat mag zien. Overschrijd deze waarde nooit.
- Stap 2 – Fabrieksvoordruk (“Werkseitiger Behältervordruk”): de af-fabriek ingestelde luchtdruk, meestal 1,9 bar (of 1,4 bar bij levering vanuit de VS). Dit is uw uitgangspunt vóór het bijstellen.
- Stap 3 – Aansluiting (“Anschluss”): noteer het aansluittype en de maat, bijvoorbeeld 1″ BSPT of BSPP, zodat het vat op uw installatie past.
- Stap 4 – Bereken de juiste voordruk op basis van de in- en uitschakeldruk van uw pomp (of de uitgangsdruk bij een toerengeregelde pomp), met de drie vuistregels hieronder.
Let op: omdat drukklasse en fabrieksvoordruk per artikel kunnen verschillen, controleert u deze gegevens altijd op de productpagina of in het datasheet van het betreffende vat.
De drie vuistregels voor de voordruk
De juiste voordruk hangt af van het verschil tussen de inschakeldruk (pomp start) en de uitschakeldruk (pomp stopt). Gebruik onderstaande tabel:
| Situatie | Regel | Rekenvoorbeeld |
|---|---|---|
| Verschil tussen in- en uitschakeldruk is maximaal ca. 2 bar | Voordruk = inschakeldruk min 0,2 bar | Inschakeldruk 2 bar / uitschakeldruk 4 bar → voordruk = 2 − 0,2 = 1,8 bar |
| Verschil tussen in- en uitschakeldruk is meer dan ca. 2 bar | Voordruk = 65% van de uitschakeldruk (uitgangsdruk) | Uitschakeldruk 8 bar → 8 × 0,65 = 5,2 bar |
| Toerengeregelde pomp (frequentieregeling / VFD) | Voordruk = 65% van de uitgangsdruk | Uitgangsdruk 6 bar → 6 × 0,65 = 3,9 bar |
Kies dus eerst de situatie die op uw pomp van toepassing is, bepaal de in- en uitschakeldruk, en bereken hiermee de voordruk. Bij twijfel over welke schakeldrukken uw drukschakelaar gebruikt, kijkt u op de drukschakelaar of in de pomphandleiding.
Hoe stel je de voordruk bij?
De voordruk aanpassen is vergelijkbaar met het oppompen van een autoband. Ga als volgt te werk:
- Maak het vat drukloos aan de waterzijde. Er mag geen waterdruk op het membraan staan. Sluit de toevoer af en laat het water via een aftapkraan weglopen, zodat u de zuivere luchtdruk meet.
- Verwijder de zwarte dop. Aan de boven- of voorzijde van het vat zit een zwarte kap. Daaronder bevindt zich een luchtventiel (Schrader-ventiel, hetzelfde type als op een autoband).
- Laat lucht in of uit met een compressor. Gebruik uitsluitend lucht, geen gas. Pompt u lucht bij om de druk te verhogen, of drukt u het ventieltje kort in om lucht te laten ontsnappen en de druk te verlagen.
- Lees de druk af op de manometer van de compressor of met een bandenspanningsmeter, tot u de berekende voordruk bereikt.
- Plaats de zwarte dop terug en zet de installatie weer onder druk.
Drukklasse versus veiligheidsventiel
De max. bedrijfsdruk (bijvoorbeeld 10 bar) is de drukklasse waarvoor het vat is gebouwd; die mag u nooit overschrijden. Dat betekent echter niet dat het systeem op precies die druk moet draaien. Een vat met een drukklasse van 10 bar kan probleemloos worden ingezet in een installatie die tot 8 bar werkt, bijvoorbeeld waar een veiligheidsventiel op 8 bar is afgesteld. De drukklasse ligt dan ruim boven de werkelijke maximale systeemdruk, wat gewenst is. Kies dus altijd een vat waarvan de drukklasse hoger of gelijk is aan de maximale druk die het veiligheidsventiel toelaat.
Concreet voorbeeld: M-Inox rvs-drukvat 10 bar, artikelnr. 50860033
Neem het M-Inox roestvrijstalen drukvat van 24 liter, artikelnummer 50860033. Volgens het datasheet geldt:
- Max. bedrijfsdruk: 10 bar
- Fabrieksvoordruk: 1,9 bar
- Aansluiting: 1″ BSPT
- Geschikt voor drinkwater
Berekening: stel dat uw pomp uitschakelt bij 8 bar en het verschil tussen in- en uitschakeldruk groter is dan 2 bar. Dan geldt de tweede vuistregel: de voordruk wordt 65% van de uitschakeldruk.
8 bar × 0,65 = 5,2 bar. U stelt de voordruk dus in op 5,2 bar. De drukklasse van 10 bar dekt de 8 bar-installatie ruimschoots, dus dit vat is hiervoor geschikt. U vertrekt vanaf de fabrieksvoordruk van 1,9 bar en pompt lucht bij tot 5,2 bar, met het vat drukloos aan de waterzijde.
Tot slot: controleer altijd het specifieke artikel
Elk artikel heeft zijn eigen waarden voor drukklasse en fabrieksvoordruk. Neem deze nooit klakkeloos over van een ander vat, maar lees ze af van de productpagina of het datasheet van het betreffende vat. De installatie- en gebruikshandleiding wordt bij elk vat meegeleverd en is bovendien als download beschikbaar op de productpagina.
Dit artikel dient uitsluitend als oriëntatie en vormt geen bindende technische uitlegging. Raadpleeg bij twijfel een gespecialiseerd installatiebedrijf of de bijgeleverde gebruiksaanwijzing van het vat.
Bijbehorende producten
- M-Inox onderhoudsvrij roestvrijstalen drukvat 10 bar
- PressureWave drukvat (staal, 10 bar)
- Max drukvat (staal, 16 bar)
- HeatWave expansievat voor verwarmingssystemen
Veelgestelde vragen
Welke voordruk moet ik instellen bij een uitgangsdruk van 8 bar?
Als het verschil tussen in- en uitschakeldruk groter is dan ongeveer 2 bar, stelt u de voordruk in op 65% van de uitschakeldruk. Bij 8 bar is dat 8 × 0,65 = 5,2 bar. Ook bij een toerengeregelde pomp geldt 65% van de uitgangsdruk.
Kan ik de voordruk achteraf nog wijzigen?
Ja. De fabrieksvoordruk (meestal 1,9 bar, of 1,4 bar bij levering uit de VS) is slechts een startpunt. U stelt de voordruk bij via het luchtventiel onder de zwarte dop, met een compressor of bandenpomp, terwijl het vat drukloos is aan de waterzijde.
Moet ik lucht of gas gebruiken om het vat op druk te brengen?
Gebruik uitsluitend lucht, geen gas. Het werkt precies zoals het oppompen van een autoband: via het Schrader-luchtventiel laat u lucht in of uit en leest u de druk af op de manometer van de compressor of een bandenspanningsmeter.
Is een drukvat van 10 bar geschikt voor een installatie van 8 bar?
Ja. De max. bedrijfsdruk (bijvoorbeeld 10 bar) is de drukklasse van het vat en mag niet worden overschreden. Een 10 bar-vat kan probleemloos worden ingezet in een systeem dat tot 8 bar werkt, bijvoorbeeld waar het veiligheidsventiel op 8 bar staat.
Waar vind ik de fabrieksvoordruk van mijn vat?
De fabrieksvoordruk ('Werkseitiger Behältervordruck') staat in het datasheet en de handleiding van het specifieke artikel, samen met de max. bedrijfsdruk en de aansluiting. De handleiding wordt bij elk vat meegeleverd en is ook als download beschikbaar op de productpagina.